De longlist Debutantenschrijfwedstrijd 2019|2020

Mara - fictie

Koekoeksbloem

Je kijkt naar de meisjes in café Daalders. Echt alle meisjes die er werken zijn achteloos jong en betoverend mooi. Er is de Chinese met fijne gelaatstrekken, een lange sierlijke nek en blinkende zwarte haren, die als een helm op haar hoofd liggen. Je hebt haar eens zien huilen na een telefoongesprek. Ze veegde snel een streep mascara onder haar oog weg en ging verder met het persen van de jus.

    Er is de donkere met een weelderige bos kroeshaar. Vaak draagt ze een tuinpak met daaronder een simpel T-shirt. Als je geluk hebt zakt het shirt van haar schouder, wordt haar stralende karamelkleurige huid ontbloot. Het mooiste meisje noemde je Pandora. Ze heeft een rode gloed in haar kastanjebruine krullen, groene kattenogen, een sensuele mond. Met haar benen staat ze een beetje uit elkaar, geaard. Ze doet vast aan yoga, ze doen vast allemaal aan yoga. De café-eigenaar voert een uitmuntend aannamebeleid.

     Bijna dagelijks zit je aan dezelfde tafel met uitzicht op het raam en de bar. Omdat het vandaag druk is schuift er een vreemde man aan. Hij bestelt koffie met een glas water, pakt een krant en begint te lezen.

    Buiten laadt een bestelbusje piepschuim bakken uit. Vlees, vermoed je. De cafépoes springt op tafel en drinkt uit het waterglas van de man. Met zijn tongetje lebbert de poes het glas leeg en gaat languit liggen. De man aait het beest voorzichtig. ‘Ik hou niet van poezen. Ik ben meer een hondenmens.’

     Je knikt.

     ‘Ik krijg uitslag van katten. Kleine rode bultjes.’

     ‘Eczeem.’

     ‘Ja. Eczeem.’ De man blijft de poes strelen, houdt gelukkig weer zijn mond. Thuis heeft je kat een ontwormingskuur nodig. Parasieten leven in zijn darmen, kruipen als maden uit zijn aars. Als bewegende rijstkorrels tekenen ze af op de zwarte glanzende vacht. Een bevruchte eicel heeft bij twee weken zwangerschap dezelfde grootte, vertelde de verloskundige. Toen je ontdekte dat je zwanger was bleek de rijstkorrel uitgegroeid tot een koolraap en was het te laat hem weg te halen.


Een week later zit je weer aan je stamtafel. Het is stil. Als de deur opengaat herken je de hondenman. Het café is bijna leeg, toch neemt hij plaats aan je tafel. De cafépoes springt meteen op zijn schoot. Zou de man deze plek ook kiezen voor het goede zicht op de meisjes?

    Samen kijken jullie naar Pandora, die met krullende letters de dagsoep op een krijtbord schrijft. Ze weet zelf niet hoe mooi ze is, kan haar eigen schoonheid niet waarderen. Meisje, wil je tegen haar zeggen. Meisje. Je zou haar haren willen aaien, haar huid willen strelen. Voor je het weet is het voorbij, meisje, is je lichaam niet meer van jou.

    De man kroelt het harige beest. Hij is lief voor de poes. Voordat je naar buiten gaat moet je weer plassen. Als je terugkomt is de hondenman weg. Op je stoel vind je een visitekaartje: Pancho Herreira, levenscoach. Je voelt je hart kloppen in je slapen, stopt het visitekaartje in je jaszak.


Op een toeristenboot met bestemming Niagara Falls ontmoette je de Canadees. Beiden droegen jullie blauwe plastic wegwerpponcho’s. Water kletterde oorverdovend naar beneden. Hij maakte een foto van jou met de waterval op de achtergrond. Op de terugweg zaten jullie naast elkaar in de bus. Je blote been plakte zweterig tegen het zijne, terwijl je deed alsof je een boek las. Hij vroeg of je bij hem kwam eten. Je dacht aan seriemoordenaars en verkrachters. Het was te warm om te weigeren.

    Terwijl je zijn platen bestudeerde vulde zijn huis zich met de geur van gebraden vlees. Hij bakte steak, maakte daarnaast een groene salade met uien. Tot je verbazing was je meer onder de indruk van zijn muziekcollectie dan van de Niagara Falls.

     Langzaam kauwde je op de taaie biefstuk, had hem niet durven vertellen dat je geen vlees at. Na het eten kuste je hem.

     Het vrijen ging gepaard met grommen en oerkreten. Het lukte hem niet klaar te komen. Uiteindelijk trok hij zich af terwijl hij op je zat.

     Inmiddels was het meer dan veertig graden onder zijn schuine dak en besloten jullie te wandelen. Hand in hand liep je door de smalle straten van Montreal, genietend van een verkoelende zeebries. Toen daglicht de straten vulde ging je weer met hem mee naar huis om nogmaals te vrijen. Dit keer kwam hij in je klaar.

 

De meisjes kunnen je vandaag niet bekoren. Je fantaseert over babynamen: Mia, Belle, Mathilde. Wie noemt zijn kind nu Pancho? Je kan het al verpesten voordat het is uitgegroeid tot een ik.            

     Vanmiddag moet je naar de tandarts. Bij een vorig bezoek zei de tandarts dat je een stabiel gebit hebt, maar dat je moet uitkijken voor bloedend tandvlees.


De wachtkamer van de tandarts ligt aan het water, met grote glazen deuren naar buiten. Een meerkoet dobbert voorbij, gevolgd door twee zwanen. Een van de zwanen komt naar het raam. Je legt je hand op het glas. De zwaan strekt zijn nek uit om je aan te kunnen raken, je warmte te voelen. De nek is niet lang genoeg en er is het glas dat tussen jullie in zit. Dan drijft de zwaan weer weg, deinend op de kabbelende golven. Je hand ligt nog op het raam als je wordt opgeroepen.

    In de tandartsstoel sluit je je ogen tegen het felle licht. ‘Hoe lang moet je nog?’ vraagt de tandarts. ‘Zeven weken,’ wil je antwoorden, maar je ligt met je mond opengesperd.

    ‘Je moet met een plastic tandenstoker de ruimtes tussen je tanden bacterievrij houden. Minstens een keer per dag.’

    Je belooft dit te doen.

 

De volgende ochtend ben je labiel. Je hebt al maanden geen seks gehad. De afspraken die je de afgelopen tijd via Tinder maakte draaiden op niets uit. Je kijkt porno en masturbeert. Na afloop voel je je leeg. Uit verveling klik je door. Je vindt seksfilmpjes in de categorie milf. Bolle buiken, opgezwollen borsten met donkergekleurde tepels, enorme pikken die de haast onnatuurlijke rondingen penetreren, vullen het scherm. Het vlees bevrucht, gevuld, doorbloed, de fysieke vervorming een plastisch verlangen. Natuurlijk is ook hier een markt voor. Anderen raken opgewonden van latex, teenslippers of superhelden.

     Je denkt aan de meisjes in Daalders, onvermoeibaar altijd aanwezig, aan de handen van de hondenman op de cafépoes. Je smeert je buik in met huidolie en kleedt je aan.


Je thee is nog te warm om te drinken als Pancho binnenkomt. Hij neemt plaats tegenover je: ‘Ik hoopte dat je me zou bellen.’

    Je glimlacht lauw.

    You had me but I never had you, zingt een dromerige mannenstem.

    ‘Zullen we snel een keer afspreken?’ vraagt Pancho.

     Je kijkt naar zijn donkerbruine levendige ogen, volle lange wimpers. Je ziet de poriën van zijn neus, zwarte speldenprikjes.


Pancho neemt je studio in zich op. De kat ligt opgekruld op het voeteneinde van het bed. Er staat vaat opgestapeld in de gootsteen. De vuilnisbak ruikt naar rottend gft-afval.

    Met de sleutels nog in je handen kijk je mee door zijn ogen. Je moet echt opruimen. Dan probeert hij je te omhelzen. Je buik zit tussen jullie in, houdt hem op afstand.

    Hij niest. ‘Ik ben allergisch voor katten.’

    ‘Dat weet ik.’ Het is ongeveer het enige dat je van hem weet.

    Hij laat je los. ‘Waar is de vader?’

    Je hebt een telefoonnummer van de Canadees, maar hij heeft nooit gereageerd op je berichten. Jullie zijn vrienden op Facebook. 

    ‘Hij is militair, uitgezonden.’

    Pancho kijkt om zich heen. ‘Maar je woont alleen?’

    ‘Ja. Nee.’ Je moet iets bedenken. ‘Ons nieuwe huis wordt verbouwd.’

     Hij omvat je middel met zijn armen en schuift je trui omhoog. Dan voelt hij met zijn handen je opgeblazen buik, de huid opgerekt, gescheurd. Met zijn wijsvinger volgt hij de gebarsten striemen, als vertakkingen van een rivier. Het voelt prettig aangeraakt te worden.  

     In je buik reageert de foetus op de vreemde warme handen.

     ‘Ik voel hem schoppen. Een jongetje?’

      In je buik zit een meisje, maar dat gaat hem niets aan.

      Hij kust je buik, trekt de band van je zwangerschapsbroek verder naar beneden. ‘Heb je een washandje?’

     ‘Een washandje?’

      Hij knikt.

      Je vindt een oud washandje met roze bloemen. Koekoeksbloemen groeien in voedselarme grond. Je weet niet waarom je daar nu aan denkt.

    In de keuken laat Pancho water stromen totdat het opgewarmd is, maakt het washandje nat en wringt het overtollig vocht eruit.

    Hij komt naast je op bed zitten en gebaart dat je moet staan. Hij bukt voorover om je veters los te strikken. Gehoorzaam stap je uit je gympen. Dan rolt hij je broek naar beneden. Nu sta je in je onderbroek. ‘Die moet ook uit.’

    Je hebt in geen maanden een blik geworpen op de beharing van je vagina. Met het washandje gaat hij langs de binnenkant van je dijen, tussen je benen. Het vochtige katoen voelt ruw, het water inmiddels koel. De bewegingen van deze rituele reiniging zijn geconcentreerd. Je voelt je naakt. Je doet je ogen dicht en geniet van de zorgvuldige aanrakingen.


Feedback

Dit verhaal wil je verder lezen, het begint sterk en er staat iets op het spel